Wat is het immuunsysteem

Het immuunsysteem

Ziekte en gezondheid. Alles begint bij jouw afweer, oftewel het immuunsysteem. Het immuunsysteem is een ingenieus systeem dat lichaamsvreemde stoffen, oftewel antigenen, herkent en elimineert. Om te begrijpen hoe jij ziek bent geworden, maar vooral om te weten wat jij zelf kan doen om jouw immuunsysteem in balans te krijgen en te versterken, is enige kennis van dit afweermechanisme belangrijk. Ik waarschuw je alvast: het is droge stof, maar ik zal proberen het zo duidelijk mogelijk uit te leggen.

Geen zin in droge stof? Ga direct door naar het ontstaan van auto-immuunziekte.

Het immuunsysteem bestaat uit 2 soorten: het niet-specifieke immuunsysteem en het specifieke immuunsysteem. Hoewel het 2 systemen zijn met ieder een eigen werking, werken deze 2 systemen nauw samen. Het één kan niet zonder het ander.

Het niet-specifieke immuunsysteem (aangeboren)

Het niet-specifieke immuunsysteem is de aangeboren afweer van het lichaam tegen alle mogelijke ziekteverwekkers. Het niet-specifieke immuunsysteem bestaat uit een fysieke barrière (de huid en de slijmvliezen) en een aantal inwendige mechanismen, dat bestaat uit:

  1. Neutrofiele granulocyten of microfagen. Deze cellen worden aangetrokken door een stof die beschadigde weefselcellen afgeven, waarna ze de ziekmakers doden. De microfagen sterven hierbij zelf ook.
  2. Macrofagen. Deze cellen ruimen ziekmakers op, zonder zelf dood te gaan.
  3. Eosinofiele granulocyten. Deze cellen bevatten celafbrekende stoffen, waarmee ze parasieten aanvallen.
  4. Naturalkillercellen. Deze cellen doden de cellen die met een virus geïnfecteerd zijn.
  5. Het complementsysteem, dat een ontstekingsreactie bevordert.
  6. Interferonen. Interferonen zijn signaalstoffen die een lichaamscel afgeeft als deze geïnfecteerd is, waarmee het niet-specifieke immuunsysteem wordt geactiveerd.
  7. Ontsteking, dat zich kenmerkt door roodheid, zwelling, warmte, pijn en in sommige gevallen functieverlies.
  8. Koorts.

Het specifieke immuunsysteem (niet-aangeboren)

Het specifieke immuunsysteem wordt geactiveerd als het afweersysteem antigenen, stoffen of cellen die door het immuunsysteem als lichaamsvreemd worden beschouwd, waarneemt. Het specifieke immuunsysteem is niet aangeboren en moet dus nog worden opgebouwd. Dit gebeurt zodra het lichaam voor het eerst in contact komt met antigenen. Antigenen activeren B-lymfocyten (humorale immuniteit, oftewel in het lichaamsvocht) en T-lymfocyten (cellulaire immuniteit, oftewel in de lichaamscellen).

B-lymfocyten

De B-lymfocyten delen zich snel nadat ze zijn gevormd in het rode beenmerg en veranderen in plasmacellen. De plasmacellen maken immunoglobulinen aan, die gericht tegen een specifiek antigeen worden aangemaakt. Ook  worden er geheugen B-cellen aangemaakt, die bij een volgende infectie direct antistoffen kunnen aanmaken. Deze geheugen B-cellen zijn onderdeel van het opbouwen van een sterk, niet-aangeboren immuunsysteem

Er zijn vijf immunoglobulinen:

  1. IgM – Immunoglobuline M worden als eerst gevormd vanuit de plasmacellen. De hoeveelheid IgM neemt vrij snel weer af, waarna de andere immunoglobulines worden gevormd.
  2. IgG – Immunoglobuline G is de grootste immunoglobuline na IgM. Ze worden ingezet tegen virussen, bacteriën en toxines.
  3. IgA – Immunoglobuline A bevindt zich met name in slijmvliezen, waar ze het binnendringen van virussen en bacteriën verhinderen.
  4. IgE – Immunoglobuline E speelt een rol bij worminfecties en acute allergische reacties. De aanwezigheid van IgE is een prikkel voor het aanmaken van histamine en andere ontstekingsstoffen.
  5. IgD – Immunoglobuline D is gebonden aan B-lymfocyten en heeft geen duidelijke functie in het lichaam.

T-lymfocyten

De T-lymfocyten zijn cellen die de mogelijkheid hebben om abnormale lichaamscellen aan te vallen. Dit systeem wordt het cellulaire immuunsysteem genoemd. Er zijn 4 soorten T-lymfocyten:

  1. Cyotoxische T-cellen, die een geïnfecteerde lichaamscel vernietigen
  2. Geheugen T-cellen. Deze cellen ontstaan uit Cytotoxische T-cellen, nadat deze een geïnfecteerde lichaamscel hebben vernietigd. De geheugen T-cellen herkennen direct het antigeen dat ze eerder hebben vernietigd en kunnen daardoor sneller in actie komen.  Deze geheugen T-cellen zijn ook een sleutel in het opbouwen van een sterk, niet-aangeboren immuunsysteem
  3. T-helpercellen, helpen de macrofagen uit de niet-specifieke afweer door B-lymfocyten en cytotoxische T-cellen te activeren.
  4. T-suppressorcellen zijn van belang om het immuunmechanisme uit te schakelen als er geen antigenen meer in het lichaam aanwezig zijn.

Ja, is het duidelijk? Maar wat is nu precies een auto-immuunziekte?